Search Console voor meerdere klantsites overzichtelijk houden
Hoe je toegang regelt bij een nieuwe klant, wanneer je een domein-property of URL-prefix kiest, wat er bij een migratie moet gebeuren en hoe je toegang niet kwijtraakt.
Voor wie websites voor klanten beheert.
Op deze pagina 7
Search Console is gebouwd voor iemand met één website. Jij hebt er twaalf, of dertig. Elke keer als je iets wilt weten moet je linksboven op de propertykiezer klikken, in een lijst scrollen waarin ‘jansen’ en ‘jansen-installatie-nieuw’ allebei staan, en dan opnieuw je filters instellen omdat die niet meebewegen. Doe dat voor tien klanten op de eerste maandag van de maand en je bent een halve dag verder zonder dat je iets hebt opgeschreven.
Het probleem is niet dat Search Console slecht is. De data is gratis, betrouwbaar en komt rechtstreeks van Google. Het probleem is dat de tool geen idee heeft dat jij een portfolio beheert. Er is geen overzicht van al je sites naast elkaar, geen manier om te zien welke klant deze maand achteruitging, en geen signaal als je bij een site je toegang kwijtraakt.
Daar is wel iets aan te doen, maar niet met een truc in Search Console zelf. Het zit in hoe je de toegang inricht bij een nieuwe klant, welk type property je kiest, en wat je afspreekt voor het moment dat een klant vertrekt. Doe je dat goed, dan is het schakelen nog steeds vervelend maar niet meer riskant.
Domein-property of URL-prefix, en waarom het uitmaakt
Search Console kent twee soorten properties en de keuze bepaalt de rest van je leven met die klant.
| Domein-property | URL-prefix-property | |
|---|---|---|
| Dekt | Het hele domein, alle subdomeinen, http en https | Alleen exact dat begin van de URL |
| Verificatie | Alleen via een DNS-record | DNS, HTML-bestand, meta-tag, Analytics of Tag Manager |
| Handig als | Je alles van één klant in één beeld wilt | Je één taal, map of subdomein apart wilt volgen |
| Nadeel | Je moet bij het DNS kunnen | Je mist verkeer op varianten die je niet hebt toegevoegd |
Voor vrijwel elke klantsite is de domein-property de juiste keuze. Hij vangt alles, ook de www-variant die je vergat en het subdomein waar de webshop op draait. Het enige echte obstakel is dat je een DNS-record moet kunnen plaatsen, en dat is precies het moment waarop bij veel klanten blijkt dat niemand weet waar het domein staat.
Een URL-prefix-property voeg je daarnaast toe als je een deel apart wilt volgen. Een klant met een blog op een submap en een webshop op een subdomein: dan wil je naast de domein-property twee prefix-properties, zodat je de cijfers per onderdeel uit elkaar kunt trekken zonder elke keer te filteren. Bij een gewone dienstverlener met acht pagina’s is dat overdreven.
Toegang regelen bij een nieuwe klant
De fout die het vaakst gemaakt wordt: je zet Search Console op met je eigen Google-account, verifieert het domein, en klaar. Werkt prima, tot de klant vertrekt of tot jij ermee stopt en er niemand meer bij kan. Doe het andersom.
- Zet de property op naam van de klant, met een account van de klant. Heeft hij een Google Workspace-account op zijn eigen domein, gebruik dat. Heeft hij niets, maak dan samen met hem een account aan dat op zijn naam staat en waarvan hij het wachtwoord in zijn eigen kluis zet.
- Verifieer via DNS, want dat overleeft een verhuizing van hosting, een themawissel en een plugin die je verwijdert. Een HTML-bestand of meta-tag verdwijnt bij de eerste migratie die iemand anders doet.
- Laat de klant jou toevoegen als gebruiker met volledige rechten. Dan kun je alles wat je nodig hebt: data lezen, sitemaps indienen, indexering aanvragen, verwijderingen doen. Wat je niet kunt is andere gebruikers beheren, en dat is precies goed.
- Leg vast wie welke rol heeft. Wie is eigenaar, welk account, waar staat het DNS, wie is de contactpersoon bij de hostingpartij. Dit is de informatie die je in het jaar erna drie keer nodig hebt en nooit kunt vinden.
Die laatste stap klinkt saai en is de belangrijkste. Bewaar dat per klantsite op één plek, samen met het domein, de hosting en de vervaldatum van het certificaat. In Zakenmaat hoort dat bij klanten en klantwebsites, zodat je bij een spoedklus niet eerst een oude mailwisseling hoeft terug te zoeken om te weten waar het domein staat.
Wat de rollen betekenen
Search Console kent globaal drie niveaus: eigenaar, volledige gebruiker en beperkte gebruiker. Een eigenaar kan alles, inclusief andere gebruikers toevoegen en verwijderen en de property opheffen. Een volledige gebruiker ziet alle data en kan de meeste acties uitvoeren, maar beheert geen gebruikers. Een beperkte gebruiker kan vooral kijken.
Voor jou als bouwer is volledige gebruiker in de meeste gevallen genoeg, en het is bovendien het rolmodel dat het gesprek makkelijk maakt als een klant vraagt of hij wel de baas blijft over zijn eigen data. Ben je zelf ook eigenaar, dan is dat prima zolang de klant dat weet en zelf ook eigenaar is. Wat je nooit wilt is dat jij de enige eigenaar bent.
Wat je doet bij een migratie of domeinwissel
Een rebuild op hetzelfde domein hoeft in Search Console niets te veranderen, zolang de verificatie via DNS loopt. Verandert het domein wel, dan komt er echt werk bij kijken en is de volgorde belangrijk.
- Zet het nieuwe domein op als eigen property en verifieer het, voordat je iets omzet. Zonder geverifieerd nieuw domein kun je de volgende stappen niet doen.
- Zet de 301-redirects van oud naar nieuw op paginaniveau, niet allemaal naar de homepage. Elke oude URL wijst naar de nieuwe versie van diezelfde pagina.
- Gebruik de verhuistool in Search Console van het oude naar het nieuwe domein. Dat is het signaal aan Google dat het om een verhuizing gaat en niet om een kopie.
- Dien de nieuwe sitemap in en houd het dekkingsrapport de eerste weken in de gaten.
- Houd de oude property minstens een jaar aan. Dit is de stap die iedereen overslaat. Je hebt hem nodig om te zien of het verkeer echt overgaat en om de oude cijfers te kunnen vergelijken. Verwijder je hem, dan ben je die historie kwijt.
Reken bij een domeinwissel op een dip. Hoe diep en hoe lang verschilt per site, maar vertel de klant vooraf dat het gaat gebeuren en dat herstel weken tot maanden kost. Doe je dat niet, dan krijg je het gesprek achteraf en dan lijkt het jouw fout.
Hoe je voorkomt dat je toegang kwijtraakt
Een klant stapt over naar een ander bureau. Dat gebeurt, daar is niets aan te doen, en het hoeft geen ruzie te zijn. Wel vervelend is dat je op het moment dat het gebeurt vaak nog een openstaande factuur hebt, of een lopend traject waarvan je de resultaten moet kunnen aantonen. Drie dingen helpen.
- Exporteer periodiek. Search Console bewaart data over een beperkte terugkijkperiode en die historie is niet van jou. Trek een paar keer per jaar de belangrijkste cijfers per klantsite eruit en bewaar ze bij de klant in je eigen administratie. Dan heb je bij een discussie iets in handen.
- Zorg dat je nooit de enige eigenaar bent en nooit de enige met toegang. Beide uitersten zijn risico. Als jij de enige eigenaar bent, ben jij verantwoordelijk voor iets wat niet van jou is. Ben jij de enige met toegang en verlies je die, dan ben je alles kwijt.
- Zet in de offerte wat er bij einde samenwerking gebeurt. Eén alinea is genoeg: de property blijft van de klant, jij levert je aantekeningen en de laatste rapportage aan, en je toegang wordt binnen een afgesproken termijn ingetrokken. Dat regelt een net afscheid en het voorkomt dat iemand in een boze bui op verwijderen drukt. Zo’n bepaling zet je meteen goed in je offertes en facturen.
Het overzicht dat Search Console niet geeft
Zelfs met de toegang perfect geregeld blijft het echte werk zwaar: elke maand tien tot dertig properties langslopen om te zien waar iets beweegt. Wat je wilt is de omgekeerde volgorde. Niet per site kijken en dan concluderen, maar één lijst zien waarin de site die achteruit ging bovenaan staat, en daar pas induiken.
Dat is precies wat de zoekprestaties van klantsites in Zakenmaat doen: de Search Console-cijfers van al je klanten naast elkaar, gekoppeld aan de klant zelf. Zo begin je je maandelijkse ronde bij de drie sites die aandacht nodig hebben in plaats van bij de eerste in het alfabet. Wil je het nog een stap verder trekken, dan kun je die cijfers via je eigen AI-koppeling laten opvragen zonder zelf een dashboard te openen.
Wat je hierna doet
Loop deze week je klantenlijst langs en beantwoord per site drie vragen: is er een domein-property, is de klant eigenaar, en weet ik waar het DNS staat. Bij de sites waar een van de drie antwoorden nee is, zet je dat recht. Dat is meestal een kwartier per klant en het bespaart je op een dag dat er iets misgaat een middag paniek.
Heb je dat op orde, dan gaat het pas over de cijfers zelf. Begin dan bij quick wins in Search Console en bij zoekwoorden per klant volgen, want daar zit het werk dat je klant merkt.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen een domein-property en een URL-prefix-property?
Een domein-property dekt het hele domein inclusief alle subdomeinen en zowel http als https, en kan alleen via een DNS-record geverifieerd worden. Een URL-prefix-property dekt precies dat ene begin van de URL en kan ook via een HTML-bestand, meta-tag, Analytics of Tag Manager geverifieerd worden. Voor de meeste klantsites is de domein-property de juiste basis.
Moet ik Search Console op mijn eigen account of dat van de klant zetten?
Op dat van de klant. Zet de property op met een Google-account dat op naam van de klant staat en laat hem jou toevoegen als gebruiker met volledige rechten. Dan houdt hij het eigendom over zijn eigen data en raak jij niet in de knoop als de samenwerking stopt. Wat je nooit wilt is dat jij de enige eigenaar bent van een property die niet van jou is.
Hoe verifieer ik Search Console het veiligst voor een klantsite?
Via een DNS-record. Dat overleeft een verhuizing van hosting, een themawissel en het verwijderen van een plugin. Een HTML-verificatiebestand of een meta-tag in de header verdwijnt bij de eerste migratie die iemand anders uitvoert, en dan verlies je zonder waarschuwing je toegang tot de property.
Wat doe ik in Search Console bij een domeinwissel?
Verifieer eerst het nieuwe domein als eigen property. Zet daarna de 301-redirects op paginaniveau, niet allemaal naar de homepage. Gebruik dan de verhuistool van oud naar nieuw, dien de nieuwe sitemap in en houd het dekkingsrapport in de gaten. Houd de oude property minstens een jaar aan, want daar zit je historie en je bewijs dat het verkeer is overgegaan.
Hoe voorkom ik dat ik toegang verlies als een klant naar een ander bureau gaat?
Exporteer een paar keer per jaar de belangrijkste cijfers per klantsite en bewaar die in je eigen administratie, want de historie in Search Console is niet van jou. Zorg dat je nooit de enige eigenaar en nooit de enige gebruiker bent. En zet in je offerte één alinea over wat er bij einde samenwerking met de toegang gebeurt.
Kan ik meerdere Search Console-properties in één overzicht zien?
Niet in Search Console zelf. De tool is gebouwd voor één site per keer en heeft geen portfolio-overzicht. Wil je de cijfers van tien tot dertig klantsites naast elkaar zien, dan moet je de data via de API naar een eigen omgeving halen of een tool gebruiken die dat voor je doet. Zakenmaat haalt de cijfers per klant binnen, via de Search Console-property die je aan die klant koppelt, en zet ze naast zijn uren en facturen.
Zie ik direct historische data als ik een nieuwe property aanmaak?
Meestal wel. Google verzamelt de gegevens ook als er nog geen property bestaat, dus zodra je verifieert zie je vaak al cijfers over de voorgaande periode. De terugkijkperiode is beperkt, dus wacht niet te lang met het aanmaken van een property bij een nieuwe klant en exporteer wat je later nodig hebt.
Zoekcijfers per klantwebsite
Beheer je websites voor klanten, dan staan de cijfers uit Search Console per klantsite naast je uren en facturen voor die klant.
Zo werkt het, in de handleiding